Held op sokken

Gisteravond mocht ik het podium weer op. Ik deed mijn workshop ‘De Kracht van Fuck-ups’ voor een groep van 70 gasten van @Keytoe.

Ik ben al jaren klant van Keytoe, maar inmiddels ook veel meer dan dat. Fan, vriendin, adviseur en sinds kort ook aandeelhouder. Keytoe is de enfant terrible onder de marketingbureaus. Met supergetalenteerde mensen die voor vette klanten award-winning oplossingen bedenken, designen en bouwen. Die dat wat onmogelijk lijkt gewoon doen, zonder er al teveel woorden aan vuil te maken. Ze houden van een feestje daar in Maassluis en er wordt ontzettend hard gewerkt en gelachen.

Maar Keytoe is ook chaos. Met onsamenhangende business units die zo maar ineens ontstaan. Mensen die zichzelf in dienst nemen en elkaar ontslaan (huh?). Met grote Rotterdamse bekken en ego’s. Die doen wat ze zelf willen. Samen bouwen zij aan een bedrijf dat meer lijkt op een beweging dan op een organisatie. Zelfsturend, maar bij vlagen stuurloos en met onzichtbare lijntjes waar menig systemisch coach de vlekken in de nek van zou krijgen.

Ik ben blij dat ik er niet werk. Maar nog blijer dat ik er op een andere manier toch onderdeel van mag zijn. Keytoe is inspirerend, onconventioneel en mediageniek en staat inmiddels KEI.HARD. op de kaart in business Nederland. Ik hou van Keytoe.

Die held op sokken, dat ben ik. Ik deed de afsluitende talk tijdens het klantenevenement gisteren. ‘Leuk, riep ik meteen toen ze me vroegen. Voor groepen spreken gaat me makkelijk af. Maar sinds ik deze workshop geef lijkt er iets veranderd. Ik ben ZO.NERVEUS. Elke keer weer. Ondanks de uren aan voorbereiding en het feit dat ik het verhaal kan dromen. Ondanks dat ik Cedric naast me had, dé improv master en Nederlands Kampioen lullen. En ik was zo goed als ‘thuis’. Hoezo nerveus?

Ik weet het niet. Maar met klamme handjes, een totale blank en geen idee wat ik zou gaan zeggen stapte ik het podium op. Op mijn sokken. Letterlijk. Want vlak voor de bijeenkomst bleef ik met m’n gezellige tijgerhakken hangen in een tuintegel. Er moesten twee mannen, een schroevendraaier en een hamer aan te pas komen om dat ding eruit te krijgen. Gevolg: Hak stuk.

Dan maar zonder schoenen dus. Gelukkig had ik fatsoenlijke sokken aan. Ik ben van de zenuwen vergeten een foto te maken en pas vanmorgen dacht ik: Hé da’s eigenlijk best wel grappig. En weer een nieuwe fuck-up voor mijn collectie (die keer dat ik mijn talk deed voor 70 man en op mijn sokken op het podium stond).

Mijn publiek was geniaal. Zeven mensen sprongen zonder aarzelen op het podium met hun faalverhalen. De een nog pijnlijker dan de ander. We hebben allemaal gelachen, ik heb geleerd én een heleboel leuke mensen gesproken. Waaronder @Feike Cats, de geestelijk vader van klanthousiasme en verleuken.

Ik ga zo naar de Hema, leuke sokken kopen. Met dank aan Feike. En mijn moeder. Zij zei altijd: ‘weg met die oude onderbroeken, je weet nooit of je in het ziekenhuis terecht komt’. Onzin vond ik het, maar gisteren snapte ik ineens wat ze bedoelde. Vanaf nu draag ik alleen nog vrolijke sokken, je weet immers nooit waar je terecht komt…

Omarm je imperfecties: I suck at sales

Man, man, man, ik ben zo trots als een aap met …. (nou ja je snapt mijn enthousiasme). Sinds kort ben ik als spreker namelijk ook te boeken via sprekersbureau Athenas (https://www.athenas.nl/sprekers/natalia-de-smalen/). Hoe vet is dat?

Ik ben niet alleen trots, maar ook blij met dit nieuwe sales kanaal. Want eerlijk is eerlijk, zo’n talk ‘verkopen’ is nog best lastig en in alle eerlijkheid: Ik ben geen goede sales vrouw. Ik hou van mensen, luisteren en praten, maar als het netwerken heet dan voel ik een enorme weerstand en heb ik net iets te snel een prima reden om niet te gaan. Het is niet dat ik geen inspirerende voorbeelden heb gehad en ik kom nog steeds met enige regelmaat supersalestalenten tegen die hun vader nog aan hun moeder zouden verkopen. Maar ik bak er weinig van. Alhoewel…

Eens per jaar ga ik met mijn moedertje naar de IJhallen en verkopen we onze left-overs en miskopen. Ons prijsbeleid is volstrekt subjectief: Vervelende mensen moeten meer betalen. Irritatietoeslag. Afdingen werkt bij ons alleen als je erbij lacht. Leuke mensen krijgen een glaasje wijn of een stukje kaas uit onze ka-teeering én gezelligheidskorting. Het is een eurootje hier eurootje daar, maar elke keer gaan we toch met een flinke buit en zonder handel naar huis.

Op mijn 18e was ik topverkoper bij de Dolcis.  Elke donderdag en zaterdag stond ik dikke damesvoeten in pumps te persen voor een paar extra minimumloon centen. Oh mevrouw, ze staan u enig. Loopt wel uit. Maakt een heel slank voetje. En hoppa, de dozen vlogen over de kassa en de centen verdwenen datzelfde weekend nog in de kroeg. Toen ik ermee stopte kreeg ik een bos hele lelijke chrysanten en een getuigschrift waarop stond dat ik als  ‘meervoudig topverkoper van de maand’ beschikte over ‘uitstekende verkoopvaardigheden’.

Nou, zou je zeggen, daar zit dan toch iets van sales potentie? Ter illustratie, de meeste van mijn verkoopgesprekken gaan zo: Hoi ik ben Natalia. Dit is wat ik doe en kan. Wil je het? Great! Wil je het niet? Ook prima. Heb je voor een ander gekozen? Ik wens je het allerbeste. Te duur? Snap ik. Toch heb ik genoeg en ook nog eens hele leuke en trouwe klanten, dus ergens gaat er iets wel goed.

Maar die lezing verkopen, dat is andere koek. En ik heb een missie, ik wil dat podium op dus ik zal aan de bak moeten. En nu je toch zover doorgelezen hebt: Ik oefen even mijn verkoopgesprek met je.

Ik: Ik ben zo blij! Sinds kort ben ik als spreker ook te boeken via een écht sprekersbureau.

 Klant: Oh, echt? Wat leuk voor je!

Ik: Dank je. Mijn ‘Pleidooi voor Imperfectie’ heeft zoveel raakvlakken met actuele thema’s. Denk aan prestatie, perfectie, stress, burn-out, management, werkgeluk, leiderschap, innovatie, toekomst, organisatie en verandering. En zij krijgen regelmatig aanvragen van organisaties voor talks in die domeinen dus dat zou wel eens een mooie match kunnen zijn.

Klant: Help me even, waar ging ‘Pleidooi voor Imperfectie’ ook al weer over?

Ik: ‘Pleidooi voor Imperfectie’ schijnt licht op het thema imperfectie in het bedrijfsleven. Op individueel vlak kunnen we inmiddels wel wat met imperfectie, maar op zakelijk vlak trekken we een harde lijn. Is perfectie nog steeds de norm. En dat is vet onhandig en brengt de toekomstbestendigheid van mens én bedrijf in gevaar! Als we imperfectie kunnen omarmen dan zou dat onze organisaties sowieso 3 zaken opleveren die we vandaag en in de toekomst hard nodig hebben: Innovatiekracht, authenticiteit en inspirerend leiderschap.

Klant: Uurtje zitten, mond dicht en luisteren dus?

Ik: Nou, niet helemaal. Mijn talk bestaat uit 2 delen: Een deel waarin ik een kader schets met achtergrondinformatie, observaties, de grillen van de huidige tijdsgeest en de trends afgewisseld met voorbeelden en anekdotes. In het tweede deel ga ik actief aan de slag met het publiek. Ik heb ze net verteld dat fouten maken en delen mensen én organisaties een aantal belangrijke bouwstenen oplevert, dus laten we eens kijken wat er aan heerlijke blunders en imperfecte verhalen in het publiek zitten. Share the failure! (met een heuse award voor de mensen die ‘aan’ gaan van een competitief element…).

Klant: Oh shit, ik moet dus meedoen…

Ik: Ja! De bedoeling is dat er verhalen uit de zaal los komen. Ik heb genoeg eigen materiaal om mensen op gang te krijgen dus dat komt wel goed. Tot slot geef ik 3 concrete tips, waarmee ieder bedrijf direct op een simpele en effectieve manier kan profiteren van de positieve effecten van imperfectie in de dagelijkse operatie.

Klant: Hmm, ik zal toch eens kijken of dat misschien iets voor bij ons is..

Ik: Dat zou ik tof vinden. Organiseer je binnenkort een bijeenkomst voor je team, klanten en/of business partners en zoek je naar een luchtig, interactief, relevant en actueel verhaal? Heb ik voor je! Mijn talk past prima als break in een dagprogramma, als intro of als energizer, maar is bijvoorbeeld ook goed te combineren met een op maat gemaakte workshop. Ik denk graag met je mee over een passende invulling.

Dan doen we nog wat koetjes en kalfjes en ronden af. Maar dan? Opvolgen. Leads nabellen. Funnel bouwen. Pixels plaatsen. Retargetten. Campagne voeren. Social Media. Content maken. List building. Vloggen en bloggen. Warmhouden. Teasen. Aanbieding doen. Closen. En daar gaat het mis met mij. Want het gesprek voeren is leuk en alles daarna supernuttig en effectief voor velen, maar ik krijg er jeuk van.

Het is zo klaar als een klontje: I suck at sales and I know it. Dus ik ga niet trekken en duwen. Ik ga niet op jacht. Ik doe wat bij me past en vertrouw erop dat het met de lezing zo gaat als met de rest van mijn business. Met een beetje mazzel komen de boekingen via Athenas en ik ga mijn ‘verkoopgesprek’ gewoon zoveel mogelijk doen zonder te willen verkopen. Dan ben ik op mijn best. Want vertellen over iets waar je in gelooft en wat je enthousiast maakt is het leukste wat er is. En het dan ook daadwerkelijk kunnen doen…..de kers op de taart.

Het voelt echt freakin’ lekker om te kunnen zeggen: I suck! Ik zou zeggen: Probeer het eens… Waar suck jij in?

Hoera: BURO VOLT 5 jaar!

Het eerste lustrum van BURO VOLT is een feit! In de afgelopen 5 jaar ondernemerschap heb ik zoveel mensen leren kennen, toffe projecten gedaan. Heb ik geleerd over andere branches en business modellen. Over mezelf en welke opdrachtgevers bij mij passen. Ik heb les gegeven, anderen geholpen om de stap naar ondernemerschap te maken en op het podium gestaan. Maar boven alles heb ik genoten van de vrijheid om dat allemaal te doen op een manier en in een tempo dat bij me past.

Het klinkt perfect. Maar de waarheid is: Mijn BURO VOLT en ik zijn verre van perfect…. Natuurlijk maak ik me wel eens zorgen. Om nieuwe opdrachten. Of omdat ik nog steeds niks heb bedacht voor het enorme pensioengat. Om wat anderen zeggen. Om geld. Om later.

Ik heb nog geen moment zonder opdrachten gezeten in de afgelopen 5 jaar, dus ergens doe ik iets goed. Maar is het genoeg? Soms krijg ik het gevoel van niet. Het lijkt alsof we constant worden opgeroepen om tot grote hoogten te stijgen. Zodat we aan al die zichtbare en onzichtbare eisen kunnen voldoen. Om vooral niet te blijven hangen in ‘wel prima zo’. Om je te laten horen en zien. Harder, meer, beter, groter, succesvoller.

Vroeger ging ik er vol voor, maar vandaag ben ik blij met  ‘wel prima zo’. Mijn ambitie zit namelijk niet in groter worden. BURO VOLT blijft klein. Maar ik? Ik groei. Elke dag een heel klein beetje. Door dingen te doen die wel moeilijk zijn maar niet onmogelijk. Met een zelfgeschreven lezing het podium op, een ijsbad in, op de blote voeten door vuur, een grens over, de diepte in, de comfort zone uit. Met gezonde spanning en soms met frisse tegenzin, maar ik doe het. En ik heb mazzel. Want alle shit die ik onderweg tegenkom is super bruikbaar. Alle stront aan de knikker, de tegenslagen, hoe moeilijk dingen zijn, bloed, zweet, tranen, de uitglijders, de fouten: Ik kan ze allemaal goed gebruiken in mijn lezing.

Mijn Pleidooi voor Imperfectie, een sprankelende lezing over het nut en de noodzaak van imperfectie in bedrijven. Over wat het bedrijven brengt als fouten maken niet wordt gezien als dom is maar essentieel. De eerste reacties zijn positief en nu is het een kwestie van doorpakken. Het doel? Minstens elke maand 1 x dat podium op. Het verhaal vertellen en mijn publiek enthousiast maken om anders te gaan kijken naar imperfectie in hun werkomgeving.

Het loopt overigens niet echt storm met de boekingen. Het ‘verkopen’ van de lezing gaat me namelijk niet zo goed af. En vanzelf gaat het ook niet, dus die doelstelling is best ambitieus. Maar het is een té relevant en té leuk onderwerp om de handdoek in de ring te gooien, dus ik ga gewoon door. En met een beetje mazzel kan ik over een paar jaar tegen het publiek zeggen dat er een tijd was dat niemand me boekte. En als het niet zo is dan is het maar weer een bewijs dat falen onderdeel van het groeiproces is en dat als je het kunt bespreken, het je alleen maar sterker maakt, als mens én als bedrijf.

Later, ik ga taart eten. Of koekjes. En… ik heb geen collega’s dus lekker veel voor mij! -:)

Goed weekend allemaal.

 

Dag vriendin

Opruimgoeroe Marie Kondo is er helemaal #ontrend mee, maar ik doe het eigenlijk al zo lang ik weet: Bedanken bij het afscheid nemen. In ieder geval met auto’s. Ondanks dat er een prachtige nieuwe voor in de plaats komt is het afscheid nemen van mijn oude bolide best een dingetje. Ik reed haar de showroom uit en maakte in 8 jaar ruim 240.000 km. Ik zeg haar, want het is een meid, dat wist ik meteen. Mijn moeder d’r auto kreeg de naam Ronnie want dat was een jongen, zo duidelijk als wat. Van de nieuwe weet ik het geslacht nog niet, maar ik vertrouw erop dat dat vanzelf komt.

Mijn auto betekent meer voor me dan ik dacht. Een vette bak is gewoon cool. Punt. Maar het gaat verder dan dat. Ik merk het aan het emotionele wiebelige gevoel in mijn buik en de natte oogjes nu we de laatste rit maken naar de dealer. Ik ben een emotionele sukkel, maar ik ga mijn knappe vriendin missen. Daarom dit officiële Mariekondo-moment zodat ik elk jaar een berichtje krijg en haar niet zal vergeten:

Lieve vriendin, bedankt voor de veilige kilometers. De lange ritten en de momenten van rust, inspiratie en creativiteit. Hard meezingen, kwartjes die vielen, dikke tranen, ongemerkte fileflirtjes: Jij was erbij. Ik laat je achter bij aanstormend sales talent Boy in Hoorn en ik hoop dat je terecht komt op een plek waar mensen je net zoveel waarderen als ik dat doe.  ❤🙏🏼

De try-out

Vandaag deed ik de try-out van mijn lezing. Na 100 keer voor de spiegel en met Elvis als enige toehoorder (zo geen gevoel voor humor die hond…) was vandaag het moment van de waarheid: Voor de eerste keer met publiek.

De groep bestond uit leuke slimme mensen van mijn favoriete werkvriend Keytoe die een uurtje vrij hadden gemaakt om naar mijn verhaal te luisteren. Ik ging me vrijwillig blootstellen aan de dingen die maken dat ik zo graag met ze samenwerk, namelijk dat ze vlijmscherp zijn, superkritisch en niet doen aan bullshitten. Ik had er zin in maar scheet hem tegelijk.

Want ondanks dat ik al ik-weet-niet-hoe-vaak praatjes en presentaties heb gedaan was het voor het eerst dat ik het gevoel had dat ik in mijn onderbroek stond. Nou heb ik geleerd dat als je nerveus bent je gewoon moet voorstellen dat je publiek naakt is. Nog nooit eerder had ik het nodig gehad maar vandaag dus wel. Ik heb het ze wel even netjes gemeld, dat dan weer wel. Konden ze waarderen.

Dus. Gewapend met een setje spiekbriefjes in een kleur die bleek te matchen met mijn nagellak (merkte een van de dames op, hoe perfect, isn’t it ironic) vertelde ik het verhaal waar ik de afgelopen weken maanden aan gewerkt heb. Mijn Pleidooi voor Imperfectie. Voor echtheid in bedrijven.

Na afloop kreeg ik behalve complimenten ook een heleboel tips. Feedback is the breakfast of champions dus met stof voor een week ontbijten reed ik terug naar huis. En ondertussen draaiden mijn hersenen op volle toeren en in plaats van genieten van het moment zat ik alleen maar te kauwen op hoe het anders moest. Beter. Perfecter. Duh. Het heeft een autorit van 55 minuten geduurd voordat ik aan m’n interne handrem kon trekken. Hoewel, ik deed het niet eens zelf, 2 jongetjes deden het voor me.

Ik reed met m’n raam open onze straat in en zag ze op de stoep samen bezig. Jaar of 7 denk ik. De een droeg een brilletje, de ander had een grote bos krullen. Je kon er soep van koken, zo vies waren ze. Ze schaterden. Wat ze deden? Eén voor één roken ze aan een hele grote hoop hondenstront om vervolgens heel hard tegen elkaar ‘gadverdamme’ te roepen en in schaterlachen uit te barsten. Ik heb het ze ieder 2 keer zien doen en ik denk dat ze al een tijdje bezig waren.

Zonder dat ze het wisten trokken zij aan mijn interne handrem. Ik ga even helemaal niks typen en aanpassen en finetunen en omgooien. Ik ga een wandeling maken. Dát ga ik doen. Morgen weer een dag.

 

 

Goed Mislukt

Als je de afgelopen tijd een beetje hebt meegelezen dan weet je dat ik bezig ben met het maken van een lezing. Mijn Pleidooi voor Imperfectie. Voor echtheid, in bedrijven. We móeten namelijk heel snel toe naar een nieuwe vorm waarin meer ruimte is voor echtheid en dus kwetsbaarheid in bedrijven. Anders staan we straks allemaal buiten spel. Met de dag wordt het onderwerp relevanter, elke dag krijg ik in mijn Blendle overzicht wel 1 of 2 artikelen die erover gaan. Ik heb iets te pakken en ik moet een beetje vaart gaan maken ook.

Ik had bij wijze van research een kaartje gekocht voor de Fuckup Night in Amsterdam. Voor jullie beeldvorming: de Fuck-up night is een wereldwijde beweging, die in 80 landen actief is. Ontstaan in Mexico waar een groep vrienden, ik denk met heel veel tequila, epic fails met elkaar deelden. Gewoon voor de lol en erachter kwamen dat dat én heel grappig was én zorgde voor een hechtere band en een vernieuwende inzichten. In 2012 deden ze dat voor de eerste keer met publiek erbij en nu zijn er in meer dan 250 steden dit soort bijeenkomsten.

Ik ging er heen om te kijken wie daaropaf kwamen, wat daar gebeurde, welke vibe er hing. Hoe serieus en hoe nuttig was zoiets nou eigenlijk? Het was in Hotel Arena, prachtige locatie. In de kapel. Een podium, een stuk of 150 stoelen, professioneel licht en geluid. De zaal zat ramvol, met vooral jonge gasten. Ik schat ze tussen de 25 en 35. Beetje hip, beetje alternatief, beetje corporate. Van Amsterdam incrowd hip naar studentikoos en terug via de Zuidas. En ik. Met mijn notitieboekje.

Er waren die avond 4 sprekers. Paul Hermanidus, top horeca-ondernemer en het brein achter Hotel Arena vertelde hoe hij 1.4 miljoen uit zijn begroting kwijt was geraakt. Ilja Visser, fashion designer die ooit tot de top 20 beste couturelabels hoorde, over het faillissement van haar bedrijf. Tom de Kort, festivalorganisator over het festival dat er nooit gekomen is omdat het op voorhand al flopte. En Froukje Bouman, artiestenmanager van o.a. Boef en Ronnie Flex over de fuck-ups van haar ‘jongens’ die zij vooral moet opvangen.

Het waren leuke verhalen, veel gelach en applaus uit het publiek. Ze waren niet allemaal geboren sprekers. Maar dat was prima. Het was heerlijk oprecht, open en echt. En grappig. En toen. Toen was er nog een laatste plek, voor iemand uit het publiek die zijn fuck-up durfde te delen. Spontaan. Even leek het erop dat niemand het ging doen. De moderator vroeg het nog een keer. Ik dacht: ‘Dit is echt goud materiaal voor mijn lezing dus hup hup niet piepen de Smalen gewoon doen’. En ik stak mijn hand op….

Ja hoor, we hebben er eentje, een applaus graag voor die dame op rechts! En daar stond ik ineens. Op dat grote podium, met een microfoon in mijn hand. Met al die mensen in de zaal, inclusief fotografen, een videoman en pers in de vorm van Sophie Hilbrand mét cameraploeg. En ik dacht alleen maar: ‘Shit had ik me toch maar even omgekleed’. En ook ‘hoe zit mijn haar’.

Ik vertelde al die mensen over mijn fuck-up van de vorige dag. Want zo vers was ‘ie. Over de lezing die ik had gemaakt en waarvan al snel bleek dat ie helemaal niet bij me paste omdat ik het gewoon weg niet kon vertellen. Op de regiedag hè, dus de dag dat ie helemaal klaar zou moeten zijn en je gecoacht wordt in de performance. Ik had 20 pagina’s structuur, argumenten, voor- en nadelen, anekdotes. Wetenschappelijke onderbouwing en theoretische kaders. Concrete tips en adviezen. Helemaal perfect. Een lezing over imperfectie notabene. Die ik er dus niet uit kreeg. Waarbij de tranen rijkelijk vloeiden en ik me een behoorlijke doos voelde. Met lege handen naar huis ging en overnieuw moest beginnen. Zuur en teleurgesteld en flink wat euro’s lichter. Mislukt.

Applaus, een paar keer gelach, wat foto’s als bewijsmateriaal, een mooi verhaal en een gaaf boekje met de titel ‘Loser’ waren mijn beloning voor het delen van mijn mislukking. Ik heb het nog gered om enigszins charmant het podium af te lopen maar ben direct na afloop helemaal ingestort van de adrenaline. Ik heb op de wc gezeten totdat ik weer kon ademen en ben met gierende banden naar huis gereden.

En de volgende dag ben ik gaan schrijven aan de nieuwe lezing. Die nu klaar is voor de try-outs. En die ik bijna vanzelf kan vertellen. Omdat ‘ie nu uit mijn tenen komt, en uit mijn hart. Zo werkt het dus kennelijk. Zonder shit geen hit.

#sharethefailure #ownyourfuckups #bethechange

Credits foto: Raymond van Mil voor Fuckup Nights Amsterdam

De Lezing

Voor me ligt een stapel printjes. Twintig pagina’s met tekst, het script van mijn lezing. De volledige inhoud, de punten die ik wil maken, de verwijzingen naar onderzoeken, de onderbouwing, mijn visie, de links met mijn projecten en opdrachtgevers, de successen en de catastrofes, de grapjes, de anekdotes, de waarschuwingen en de tips. Al-les. Ik heb het nodige geschreven: Marketing- en businessplannen, persberichten, artikelen, speeches. Copy voor campagnes, website teksten, verslagen, adviezen, een paar blogs. Schrijven hoort bij mijn vak. Maar nog nooit vond ik het zó spannend. En moeilijk.

Binnenkort word ik door coach L. een hele dag lang geregisseerd, gekneed en gedrilled, komen de punten op de i en de stiltes of nadrukken op de juiste plekken. En daarna ga ik met mijn lezing de wereld in. Wat try-outs doen bij mijn favoriete werkvrienden en vervolgens het land in, verkopen die handel en de bühne op. In mijn powerbroek, natuurlijk (zie vorige blog).

Mijn lezing is een Pleidooi voor Imperfectie©. En gaat over het nut en het belang van Imperfecties in het bedrijfsleven. Wat het erkennen en inzetten van imperfecties in relatie tot creativiteit, innovatie en communicatie bedrijven brengt aan authenticiteit en toekomstbestendigheid.

Perfectionisme werkt contraproductief en is voor angsthazen. Bange poeperds. Bedrijven die bang zijn om de controle uit handen te geven. Af te wijken van de gebaande paden. Omdat ze het altijd zo hebben gedaan. Of zich niet bewust zijn van het feit dat die houding straks hun ondergang zal zijn. Imperfectie is het nieuwe zwart en Perfectie is voor pussy’s. Ik zie de t-shirts, hippe linnen tassen en de mokken al voor me. (Note to self: Merchandise?)

En wat doe ik? Ik blijf maar schaven, finetunen, perfectioneren. Nog een keer die teksten lezen, nog een keer omgooien. Weer lezen. Toch weer anders doen. Niet grappig, niet goed genoeg, niet compleet. Want het moet perfect zijn. Ik moet het perfect doen. En iedereen moet het perfect vinden. Laaiend enthousiast zijn. De boekingen moeten door het dak gaan.

Ik fluit mezelf terug. Hardop zeg ik: De Smalen, rewind. Practise what you preach. Het is nooit af. Of compleet. Ga het maar gewoon doen en ervaren. En dat voelt goed. Maar ik heb wel een ander probleem. Want ik heb het gepresteerd om me in 3 weken tijd uit de powerbroek te vreten. Morgen maar weer een rondje hardlopen, ook dat begint gelukkig weer ergens op te lijken. En de overgebleven paaseitjes gaan de kliko in. Dat is de perfecte plek voor die krengen.

De Powerbroek

Mijn spannende plannetje wordt werkelijkheid. Ik werk aan een kick-ass lezing waarmee ik straks bedrijven ga vertellen waarom imperfectie belangrijk en nuttig is en hoe je als bedrijf imperfecties kunt gebruiken om de organisatie toekomstbestendig te maken. Ik zit er vol in. Lezen, schrijven, rekenen en toetsen met geweldige mensen binnen en buiten mijn netwerk. Die mij met hun kritische noten en enthousiasme helpen om mijn ideeën een definitieve vorm te geven. Er wordt as-we-speak gewerkt aan het ontwerp voor een stijltje en als alles gaat zoals ik wil dan kan ik eind april los. En ik heb er mega-veel zin in.

Ik wil meer dan alleen marketingadvies geven en uren maken. Ik wil impact maken. En ik ben niet de enige met die wens, als ik afga op het overweldigende aantal business coaches dat actief is op internet. Allemaal proberen ze ons ondernemers met gratis webinars over te halen om bij ze in de leer te gaan. Zodat wij ont-zet-tend succesvol en gelukkig kunnen worden. Net als zij. Ik krijg de kriebels van ze, die business coaches. Het lijkt alsof ze allemaal uit hetzelfde blik komen. Ze praten op dezelfde toon, gebruiken dezelfde krachttermen en ze vertellen ons allemaal hoe ze uit een diepe malaise, variërend van allerlei ziektes, scheiding, kinderleed of financiële ongemakken, herrezen tot ‘6-figure’ ondernemers. Toch heb ik, uit pure nieuwsgierigheid, zo’n webinar bijgewoond. Met tegenzin en licht geïrriteerd, dat dan weer wel.

Ik luisterde naar de mevrouw met de zalvende stem en langzaam ontstond er iets in mijn hoofd. De vonk sloeg écht in toen ze zei ‘Maak van je shit een hit’. Tegenslagen, fysieke beperkingen en ander drama doen het daarbij kennelijk goed. ‘Shit’, zei ik hardop. Want ik heb geen shit. Afgezien van een acute en zeer oncharmante gordelroosaanval die me ooit 2 maanden compleet uit de roulatie heeft gehouden en een beetje astma mankeer ik niks. Mijn ouders leven nog, ik heb geen trauma’s, ben min of meer tevreden met wat ik in de spiegel zie, heb een compleet gezin en, afgezien van wat gedoe hier en daar, eigenlijk gewoon een fijn leven. Maar mijn leven en ik zijn verre van perfect. En er is geen enkel thema dat zo dicht bij mij staat als imperfectie. Ik ben het, ik vind er wat van, heb er meer dan ooit behoefte aan én ik denk dat imperfectie een belangrijke functie heeft en kansen biedt. Ook voor bedrijven, nu en in de toekomst. En dát verhaal ga ik vertellen. Dat is mijn Pleidooi voor Imperfectie©.

Bij een spannend plannetje hoort een passende outfit. En ondanks dat mijn plan nog verre van concreet was, liep ik tegen hem aan: De Powerbroek. Het was liefde op het eerste gezicht, deze broek met een hysterische print, onmogelijke kleuren en ook nog eens hoogwater. Ik val wel vaker op kledingstukken waarbij alle miskoopalarmbellen afgaan en die dan toch tegen beter weten in afgerekend worden en uiteindelijk met kaartjes en al op de IJhallen belanden. Maar de Powerbroek en ik zijn een match, ik weet het zeker. Ik zie mezelf ermee voor een groep staan, ik lijk er minstens een maat slanker door en ik voel me er hip en fashionable in. En de Powerbroek heeft nog een bijkomend voordeel. Want wij, de Powerbroek en ik, gaan straks het podium op. En óf de mensen herinneren zich mij door mijn fantastische verhaal. Óf ze zullen zich de hysterische broek nog voor de geest kunnen halen. Maar vergeten gaan ze me niet!

Hé fijn het is weer Valentijn

‘Hysterisch gedoe. Commerciële onzin. Bedacht door en voor de middenstand. Uit z’n verband getrokken. Hele principe van Valentijn is vernacheld. Dat hebben wij toch niet nodig schatje’. Het maakt me allemaal niet uit: Ik vind Valentijn leuk.

Al jaren fantaseer ik over zakken vol post, beeldige boeketten en grote dozen dure chocolade van geheime en niet-zo-geheime aanbidders. Ik doe mijn ogen dicht en zie hele scenario’s met postbodes die elkaar verdringen voor de brievenbus, dikke rijen met enorme bossen bloemen op de oprit en klagende buren die hun huis niet in kunnen omdat hun voordeur ook gebarricadeerd is door al het Valentijngeweld. Allemaal voor mij natuurlijk.

In alle eerlijkheid, het is nooit echt veel geweest. Ooit werd er, ik woonde nog thuis bij mijn ouders, op Valentijnsdag een bos bloemen bezorgd door de lokale bloemist. Lelijke gele bloemen (ik hou niet van geel) en ook nog eens met chrysanten (vreselijk). Duidelijk van iemand die mij niet zo goed kende. Ik riep nog tegen de bezorger: ‘Van wie zijn ze’ waarop hij zei dat ik maar op het kaartje moest kijken. Ik heb de bos volledig ontleed maar er zat geen kaartje aan. Tot op de dag van vandaag weet ik niet van wie ze kwamen. Wat ik me wel herinner was dat ik er een week chagrijnig van was. Niet echt romantisch dus.

Vijf jaar geleden kreeg ik op Valentijnsdag zomaar ineens een prachtig bosje rozen. Er stond op het kaartje: Voor Natalia van je geheime aanbidder. Aan de hanenpoten kon ik zien dat de aanbidder in kwestie op dat moment net zeven jaar oud was. En ik hem kende als mijn broekzak en regelmatig kuste en knuffelde. Het was té schattig maar romantisch? Nee.

Vanavond heb ik van mijn lief voor het eerst in jaren een Valentijnskado gekregen. Een prachtig verpakt doosje, met rozenblaadjes en rode linten. En met een handgeschreven kaartje en een gedicht (‘Dit cadeau is erg fijn, liefs van jouw Valentijn’). Wat erin zat? Een paar geitenwollensokken en een reep Tony Chocolonely. Hippe geitenwollensokken, dat dan weer wel. Hardly romantisch en/of sexy. Wel heel erg lief. En ik ben er superblij mee, met mijn heerlijke warme voeten en mijn warme hart.

Happy Valentine.

Vuurtje?

What a way to start the new year! Ik kan me behoorlijk ergeren aan mensen die, vooral op social media, onnodig en vaak foutief de Engelse taal gebruiken om hun gevoelens kracht bij te zetten. Maar what the hell, ik doe het ook. Noem mij maar een pot die de ketel verwijt, I don’t care.

Wij houden van tradities. Voorgaande jaren gingen we het jaar in met een Nieuwjaarsduik. Nou ja, Rowen en ik dan want Jeroen stond aan de kant met de handdoeken en warme chocomel, ook heel belangrijk. Maar nadat we vorig jaar met een hartverstrekking (ik) in een halve shocktoestand (Rowen) huilend (vriendinnetje Amber) uit het water kwamen hebben we de Nieuwjaarsduik tot nader orde even geparkeerd.

Dus ging ik op zoek naar een nieuwe manier om het jaar te starten met een uitdaging. Het werd een vuurloop. En wat was dat fucking awesome! Onze intentie was vooral gierend en gillend samen over het vuur, bij voorkeur zonder al teveel fysieke schade. Dat vuurlopen veel meer is dan dat werd al snel duidelijk.

Er ging namelijk het een en ander aan voorbereidend werk aan vooraf dat ik het best kan omschrijven als ‘snuffelen aan spiritualiteit voor beginners’. De groep deelnemers bestond uit een stuk of 25 mensen met een hoog tofoe-gehalte, maar zelden heb ik me zo welkom gevoeld in een groep vreemden. We hebben ons eraan overgegeven en, op onze sokken, geluisterd, geleerd, getekend, gezongen, geklapt en aangemoedigd alsof we nooit anders hebben gedaan. De aarde bedankt, het vuur toegezongen en geëerd, ons doel voor 2018 visueel gemaakt en alle emoties die daarbij om de hoek kwamen kijken maar gewoon toegelaten. Ik heb in een eeuwenoud ritueel een pijl gebroken met mijn keel. Serieus! En het was geen laf knakje, maar de splinters en stukken vlogen de hele ruimte door. Iets met innerlijke kracht ofzo. Het gevoel dat je daarvan krijgt is niet te beschrijven.

En toen was het zover. Het vuur was er klaar voor en wij inmiddels ook. Terwijl de groep in een cirkel om het vuur stond en een Kumbaya-achtig lied zong (waarvan ik de lyrics binnen 30 seconden al vergeten was) gingen de schoenen en sokken uit. En daar gingen ze. Eén voor één over het vuur, in het donker, gedragen door de groep, door het gezang en door het ritme van de trommels. En wij ook. Zelfs Rowen is, als enige van de kinderen, over het vuur gegaan. De ontlading geeft een bak energie en het gevoel dat je echt vet stoer bent. Heerlijk.

In alle eerlijkheid: Vuurlopen doet geen pijn. En je kunt het vast ook zonder het hele semi-spirituele voorprogramma. Maar het was prachtig. En ik ben blij dat ik het heb kunnen ervaren. Met mijn gezin, precies zoals het was, met getrommel, gezang, met tofoe-mensen en sterremuntthee. Het is wat het is en het is goed zo. Aho.

Ik heb gisteren mijn doel voor 2018 getekend en het mooiste moment was dat ik me realiseerde dat 80% van mijn plaatje al realiteit was. En die laatste 20% binnen handbereik met BURO VOLT. Het zal wel toeval zijn, maar met Oud & Nieuw ging er om 12 uur bij ons een cakebox met 512 shots vuurwerk de lucht in. Op de doos stond VOLT. Het was het allermooiste vuurwerk dat ik ooit heb gezien. En gisteren ben ik beste vrienden geworden met vuur. Tijd om het VOLT-fikkie weer een beetje op te stoken. 2018 is on fire!

Happy New Year.